Het langzame einde van het sociale huren

Op onze zwerftocht over het internet kwamen we het onderstaande artikel van Frans van Tartwijk tegen wat de huidige situatie op de woningmarkt goed weergeeft.

“Minister Blok is geen vriend van de huurders. Hij is helaas ook een doortastende minister met een duidelijke agenda. Bijna de helft van de Nederlanders zijn huurders en vrijwel alle huurders zullen de gevolgen van het beleid van Blok vroeger of later ondervinden. Hierbij de stand van zaken.

image001De corporaties werden ooit opgericht om de werkende mensen (arbeiders) en anderen met een lager inkomen te beschermen tegen onnodig hoge huren en hen de zekerheid van vaste huurcontracten te bieden. Wie eenmaal in een sociale huurwoning woonde, kon zijn leven lang ontspannen wonen.
De huren stegen geïndexeerd en volgden zo de inflatie. Het puntenstelsel bepaalde wat een redelijke huur was. Een woning kreeg punten voor kwaliteit, grootte, en de staat van onderhoud. De verkoopwaarde van de woning telde niet mee. Er is geknokt voor het sociale huren, en we zouden er trots op moeten zijn dat Nederland zoveel betaalbare huurwoningen telt.

Helaas staat het sociale huren al jaren op de helling. Begin jaren negentig vonden velen dat meer marktwerking en bedrijfsmatiger werken alles beter zou maken. De corporaties werden een soort bedrijven. Marktwerking betekende ook dat waar mogelijk, wanneer een woning leeg kwam, of die woning gerenoveerd werd, de huren verhoogd konden worden. De nieuwe huurder ging dan meteen fors meer betalen. Daarbij kregen huurwoningen voor het eerst ook punten voor de (fictieve) verkoopwaarde van die woning. Zo zijn Nederlandse huurders een steeds groter deel van hun inkomen aan huur gaan betalen: in de jaren zeventig was dat een procent of tien, inmiddels betalen veel mensen bijna een derde van hun inkomen aan huur.

DE PARTIJDIGE OVERHEID

Anders dan kopers profiteren huurders niet van de waardestijging van de woning waar ze in wonen, maar ze gaan er wel steeds meer voor betalen. De huidige coalitie van VVD en PvdA heeft de corporaties de verhuurdersheffing opgelegd. De corporaties, en daarmee indirect de huurders, dragen zo bij aan het oplossen van
de financiële problemen van de overheid. Vrijwel alle huurders (ook zittende huurders) zullen vroeger of later te maken krijgen met huurverhogingen bovenop de inflatie. Kopers krijgen nog steeds forse belastingvoordelen in de vorm van de
hypotheekrenteaftrek en de schenkingsregeling.

TE VEEL SOCIALE HUURWONINGEN?!

Minister Blok zet in op meer marktwerking en de verkleining van de voorraad sociale huurwoningen. Hoewel de vraag naar een betaalbare huurwoning enorm is, vindt Blok er te veel sociale huurwoningen zijn. Hij vindt het dus prima dat corporaties veel sociale huurwoningen verkopen. Hij vindt ook dat er te veel mensen met een wat te hoog inkomen in een sociale huurwoning wonen. Wanneer er nu gebouwd wordt, ligt het accent op het middensegment. Dat is een nogal misleidende term voor woningen waarvan de huren tussen de 720 en de 1000 euro (!) liggen, en waarvan de huurprijs niet beschermd is. De huren van die woningen gaan, zodra ze bewoond zijn, vaak snel omhoog. Voor de talloze mensen voor wie 720 euro teveel geld is, blijft er weinig over. Van vrijkomende sociale huurwoningen wordt namelijk door de corporaties een flink deel verkocht, en er worden onvoldoende nieuwe sociale huurwoningen bijgebouwd. Een bejaarde huurder die de trap niet meer opkomt, maakt geen kans meer op een meer toegankelijke en betaalbare woning in “zijn”buurt. Een starter kan het, met name in de steden, wel schudden.

TIJDELIJKE CONTRACTEN

Wat ooit onvoorstelbaar leek, vinden veel beleidsmakers nu heel normaal: een tijdelijk huurcontract. Het tijdelijke huurcontact wordt gebracht als een oplossing voor starters op de huurmarkt, maar het is natuurlijk een fundamentele aantasting van de rechten van huurders. Voor schaarste is maar een rechtvaardige oplossing:
zorg dat er meer betaalbare huurwoningen komen.

DE GEDEELDE STAD

In de grote steden zijn de schaarste en de druk op de woningmarkt groter. De Rotterdamse wethouder Schneider wil zelfs 20.000 huurwoningen gaan slopen. Hij vindt het een probleem dat Rotterdam te veel arme inwoners telt. Natuurlijk mag hij zijn best doen om beter verdienende mensen naar Rotterdam te lokken, maar waarom moet dat ten koste gaan van de sociale huurders?
In Amsterdam is de maximaal redelijke huur door het meetellen van de verkoopwaarde in de woningwaardering op veel plekken binnen een jaar met tientallen procenten gestegen. Dat geeft verhuurders de mogelijkheid de huren verder op te schroeven. Corporaties verkopen veel woningen op toplocaties binnen de ring. De weinige sociale huurwoningen die nog beschikbaar komen liggen hoofdzakelijk verder uit het centrum. Tel daarbij op de superrijken die in Amsterdam wat pandjes komen kopen en we zijn daar waar niemand zegt heen te willen: in de gedeelde stad.

HOE NU VERDER?

Het mag duidelijk zijn dat geen enkele van de 2,9 miljoen hurende huishoudens iets te winnen heeft bij meer marktwerking en afbraak. VVD, D’66 en CDA willen echter door op deze weg, en als zij de kans krijgen zal de voorraad betaalbare sociale huurwoningen steeds kleiner worden en kan er straks niemand met een laag inkomen meer in de centra van de steden wonen. Misschien is hierna de huurtoeslag ook niet meer onaantastbaar? En de PvdA? De PvdA gedraagt zich als de burgermeester in oorlogstijd. Zij veilen de scherpe kantjes van het beleid af.

Wij als huurders pleiten voor een fundamenteel andere aanpak: er zouden weer corporaties kunnen komen die echt gedeeld eigendom van de bewoners zijn. Je kan ook nadenken over een systeem waarbij alle huurders 20 % van hun inkomen aan huur betalen. De huidige beleidsmakers zijn marktfundamentalisten; zij kennen maar een oplossing, terwijl al jaren duidelijk is dat meer marktwerking niet de oplossing is, maar juist het probleem. Toch volharden zij in hun geloof in de markt.”

Bron: HVA Almere